De mysterieuze molen©

De zon stak zijn neus boven de horizon en gestaag klom het omhoog. De stilte rond de boerderij ging langzaam over in leven van velen dieren. Voor een oude molen waarvan de wieken al jaren stilstonden, zat een oude molenaar op een bankje voor het raam. En op een heuvel verderop woonde familie beer in een dikke uitgeholde boom. Maar niemand in de omgeving van de boerderij gaf er aandacht aan. En omdat het een afgelegen plek was, wist geen mens dat daar beren woonden.

Op de boerderij waar veel verschillende dieren hun intrek hadden, konden veel dieren elkaar niet uitstaan. De hond een Sint-bernard waakte over zijn erf en pas geboren kittens verkende de omgeving. De uit de kluiten gewassen hond die door zijn oude baas Boris werd genoemd, lag voor zijn hok en volgde de kittens nauwlettend.
'Is die poes nu alweer bevallen. Hoelang zullen deze kittens hier vertoeven. En als ze me een beetje gaan leren kennen en weten dat ik ze niets doe, worden ze weggehaald.'
Het eten dat het enige was dat hij leuk vond, liet op zich wachten. En steeds turend naar de deur van zijn baasjes huis, begon zijn maag behoorlijk te knorren.
'Waar blijft mijn eten. Ik heb een honger als een paard, ik bedoel hond', wendde zijn kop en keek met één oog naar de stal waar het paard stond. Hinnikend schudde deze met zijn hoofd en schopte met een voet tegen de deur. Boris werd opeens nieuwsgierig en voelde aan zijn teennagels dat er iets niet pluis was.
De kittens die hem dicht waren genaderd, rende rond zijn hok en sprongen naar zijn staart. Maar daar had hij geen zin in en liet brommend merken dat ze moesten maken dat ze weg kwamen.
Ze trokken zich gebelgd terug en besprongen hun moeder en vader. Niet lang daarna nam moederpoes ze mee en deed voor hoe ze muizen moesten vangen.
Boris werd steeds onrustiger en nam de weg naar de deur van de boerderij. Ging met zijn voorpoten hoog tegen de deur staan en liet een poot op de deurkruk vallen. Langzaam en piepend in zijn scharnieren, opende de deur zich en stapvoets wandelde hij naar binnen. Zijn baasje die rond deze tijd altijd in de keuken was om zijn eten klaar te maken, was leeg. Verbaast keek hij om zich heen en zocht naar zijn etensbak, maar tot zijn verbazing was deze nog leeg.
'Ik heb dit nog nooit meegemaakt. Wat zal er met mijn oude lieve baas aan de hand zijn', log wandelde hij naar de woonkamer, nam de trap naar boven, stak zijn kop om de hoek van de deur en keek naar het bed.
'Dat is niets voor mijn baasje. Hij ligt nooit zolang op zijn bed. Kom baas, ik heb honger', wandelde naar het hoofdeind, legde zijn voorpoten op zijn borst en begon zijn gezicht te likken.
'Vreemd, wat voelt mijn baasje koud aan. Kom baas, wakker worden', maar wat hij ook probeerde er kwam geen beweging in.
Teleurgesteld sprong hij op bed, ging aan het voeteinde liggen, legde zijn kop op zijn baas zijn benen en bleef hem een tijdje aanstaren. Niets bewoog bij zijn baas, maar omdat hij honger had en van hem afhankelijk was, sloot hij zijn ogen.
'Wat moet ik zonder mijn baasje. Ik zal bij hem blijven tot hij wakker wordt en ik mijn eten krijg.'

Buiten werd het zeer warm. Zo warm dat de kittens een plekje in de schaduw zochten. Moederpoes en vaderkat, voelde aan hun theewater dat er iets niet klopte. De dieren die op de boerderij wonen, draaide met hun kont en waren onrustig. Moederpoes zette zich in beweging, liep naar het grindpad. Kwam bij de uitgang aan, sprong op het hek dat nog open stond en voelde een raar gevoel bij zich opkomen. Het hek dat haar baasje iedere avond voor ondergang sloot, stond nu open. Ze keek om zich heen en dacht.
'Ik heb niet gezien dat mijn baasje het hek vanmorgen heeft geopend', ze tuurde naar de molen en zag de molenaar rustig voor zich uitturend op het bankje zitten. Ze vond het altijd al een vreemde snijboon. Eerst dacht ze dat zij dit alleen vond, maar naarmate ze de dieren beter observeerde, kreeg ieder dier hetzelfde gevoel als zij.
Plots bewoog de molenaar, stond op en wandelde in haar richting. Moederpoes dook ineen en volgde hem nauwlettend. Het gevoel dat ze al had werd steeds sterker en ze wist dat er iets op tilt was. Ze sprong van het hek en volgde de molenaar vanachter de struiken. Zo oud dat hij zich al die tijd voordeed, zo lenig wandelde hij over het erf. Liep op Boris hok af, keek er in, grijnsde en wandelde naar de deur van de boerderij.
'De tijd is aangebroken om de wereld zwart te maken. Ik zal heersen over de wereld en de sprookjes uitbannen', hoorde ze hem zeggen.
De dieren van de boerderij kwamen uit hun schuilplaats en namen plaats voor Boris zijn hok. Moederpoes zou normaal gevlucht zijn, maar nu was ze voor geen dier bang en ook de anderen dieren waren heel vriendelijk voor elkaar.
Twee kraaien landde op het hok van Boris en voelde net als de andere dieren dat er iets niet pluis was.
'Wat bedoelt de molenaar met, ik zal de sprookjes uitbannen. Wat moeten we zonder sprookjes. En wat denk je van de moeders die hun kinderen bij het naar bed brengen, hen de sprookjes vertelt', zei een kraai.
De beesten rende verward om elkaar heen, toen opeens de lucht pikzwart werd. Eerst dachten ze dat het ging onweren, maar al snel zagen ze hoog in de lucht een eng zwart gezicht uit de wolken tevoorschijn komen. De meeste dieren kropen terug in hun schuilplaats, maar de poezen en de kittens plus de twee kraaien, bleven doodstil zitten en zagen het op hen afkomen. Steeds groter en groter werd het naarmate het naderde. Handen die eruit zagen als lange bobbelachtige vervormde vingers, kwamen als grijpers op hen af.
Moederpoes wilde haar kroost beschermen, maar van angst kon ze zich niet meer bewegen.

Boris lag nog steeds op het bed van de oude man, toen hij beneden gerommel hoorde. Zijn instinct prikkelde hem en sprong van bed. Sloop naar de gang en keek over de rand van de trap. Opeens zag hij de molenaar en zijn gevoel zei dat hij zich moest verstoppen. Ook hij vond het een vreemde man. Zoals hij daar altijd op het bankje voor de molen zat, maakte hem altijd onrustig. Ook zijn baasje sprak geen woord over hem en hield de molenaar goed in de gaten. Op een keer toen zijn baasje ziek was en op bed lag, maakte de molenaar zich los van zijn plaats en wandelde naar het hek van de boerderij. Maar toen hij het wilde openen, kreeg hij een schok door zijn lichaam en werd een paar meter terug geslingerd. Toen had hij hem horen zeggen: '
Het zal niet lang meer duren voor ik de boel over neem. Ik heb geduld oude man!'
Boris verstopte zich achter het gordijn en wachtte met opgetrokken bovenlip af. De molenaar wandelde de kamer binnen en hoorde hem zeggen: '
De sprookjes zijn van mij. Alles is van mij en de hele wereld is van mij. De dood zal over velen valleien trekken en sprookjes zullen voorgoed verdwijnen.'
Boris luisterde aandachtig, maar doordat het huis heftig begon te trillen en alles in zijn voegen kraakte, vluchtte hij naar buiten. Daar zag hij de anderen beesten bij zijn hok zitten met daarboven een gruwel met uitgestrekte tentakels.